|
|
BACKSTAGE: POPPENSPEL
|
|
|
speelhout
Het speelhout bestaat uit drie afzonderlijke delen: een kruishout voor de houding van de pop en de loopbeweging, een driehoek voor de hoofdbewegingen en een lang, smal hout voor de expressie van handen en armen. Een marionet heeft standaard tenminste elf draden; bij iedere marionet wordt gezocht naar een bij het personage passende techniek. Marionetten die een specifieke beweging maken hebben een aantal draden extra. Jeannot die een salto maakt in 'Het Luchtkasteel' heeft er 16.
|
|
expertise
Een team van zes poppenspelers staat op de brug en brengt de marionetten tot leven. In Nederland bestaat - buiten het Amsterdams Marionetten Theater - geen expertise op het gebied van het klassieke marionettentheater. De ambachtelijke techniek wordt daarom door de ervaren poppenspelers van het Amsterdams Marionetten Theater overgedragen aan nieuwe spelers, zodat deze bijzondere traditie bewaard blijft en zich verder kan ontwikkelen. Een goed gevoel voor theater en muziek en een eindeloos geduld zijn daarbij onontbeerlijk. Het marionettenspel is vergelijkbaar met het bespelen van een muziekinstrument: de techniek en expressie worden telkens verder ontwikkeld en verfijnd. |
|
expressie
Een poppenspeler volgt zijn figuur in plaats van de marionet zijn wil op te leggen. Elke pop heeft zijn specifieke eigenschappen: bepaalde bewegingen kan hij heel mooi maken, andere passen minder goed bij zijn bewegingsspectrum. De poppenspelers moeten iedere pop opnieuw 'ontdekken'. Soms zijn er momenten, dan ademt de muziek met de bewegingen van de pop mee. Zodat de poppenspeler zich afvraagt: speel ik nou of word ik gespeeld?
SEIZOEN 2010 / 2011 POPPENSPEL: LICHTTECHNIEK
|
|